zondag 14 februari 2010

vleermuizen

De schemer is gevallen en dan beginnen de vleermuizen met muggen eten. Ze fladderen roekeloos rond, op boomhoogte. Ze zijn leuk.
Deze zondag gaan we een uitstapje maken en ik wil naar de vleermuizengrot ergens vlak bij zee. Er schijnen honderden, nee duizenden, vleermuizen in trossen in de grot te hangen. Als we dit plan voorleggen aan de chauffeur, hij gaat ons de dag van ons leven bezorgen, kijkt hij bedenkelijk. We stemmen dan toch in met zijn eigen uitgestippelde route. Geen grot, wel hete bronnen, lunchen tussen de rijstterrassen en een tempel aan een meer. Gedurende de dag, bij de lunch, komen we erachter dat we in de toeristenval zijn gelopen. De lunch is ook één van de vele attracties waar we doorheen worden geloodst. We zitten tussen bejaarde toeristen aan een warm buffet. Moe van de vele kilometers die we erop hebben zitten, met een hele lege portemonnee, komen we thuis.

zaterdag 13 februari 2010

slang

Net als bij onze favoriete koffiebar kijken we vanuit ons huis op rijstvelden. Er zijn vrouwen aan het oogsten. Met een sikkel snijdt een vrouw rijstplanten los, geeft de bos door aan iemand anders. Die slaat de bos tegen een soort wasbord dat schuin staat in een rieten mand. Met z’n zevenen zijn ze. Het lijkt zo makkelijk in de tropische hitte. Er ontstaat beroering. Ze stuiven uit elkaar en kijken naar het slagveld, hysterische kreetjes makend. Er is iets aan de hand. Wij weten niet wat en vragen of er een slang is. ‘Snake? Snake?’ Sommige vrouwen knikken met hun hoofd en beginnen opgelucht te lachen. Ik weet niet zeker of we elkaar goed begrijpen.
Dik een week later lopen we door een hele lange steeg naar het strand. Het is onze vaste route geworden en we noemen de steeg Gang, vernoemd naar de Nieuwe Gang die vlak bij ons huis thuis, is. Halverwege de Gang kunnen we niet verder want er ligt een slang, doodstil. Een Australisch stel, de jongen staat bijna op de slang het meisje keurig ver weg, vraagt aan niemand in het bijzonder, of de slang niet over de muur in het groen gegooid moet worden. In ieder geval is duidelijk dat de jongen ervoor wil zorgen dat de slang uit de steeg verwijderd wordt. Wie het gaat doen maakt niet uit als het maar snel gedaan wordt en niet door hemzelf. Ik kijk naar de slang, hij is niet zo dik, ook niet lang, groenbruin, geen opvallende kleur en de schubben zijn fijn getekend. ‘Is hij giftig?’ vraagt mijn vriend. Hij staat met zijn armen gespreid in de Gang. Zijn handen raken bijna beide muren. Volgens het Australische meisje zijn de giftige groen. Leeft de slang wel? Hij ligt zo stil. Op een gegeven moment durven we het aan om langs de slang te lopen. Ik ben niet bang maar vind het langslopen toch spannend.
Er komt een Balinees aangekuierd, hij bukt bij de slang. De jongen uit Australië begint aan zijn lofrede voor slangen in het groen en vraagt of de Balinees dit wil doen. De Balinees kijkt naar de slang, eigenlijk kijken we allemaal naar de slang en naar hoe de Balinees de slang bestudeert. We hopen dat hij de slang over de muur gaat gooien. Er gebeurt niets. Het duurt me allemaal te lang en ik sleur mijn gezin richting strand. Al snel rijdt het Australische stel op de motor langs. De jongen vertelt met enig triomf dat het is gelukt de slang over de muur te krijgen. Door de Balinees uiteraard. Wauw! Mijn schuld dat we dit net hebben gemist.

vrijdag 12 februari 2010

vissen

Het eerste exotische aan ons hotel is de vijver met vissen langs het pad naar ons huis. ‘Kijk mamma vissen’, wijst mijn oudste zoon. Er zwemmen prachtige vissen die je alleen ziet als ze net onder de oppervlakte zijn of als ze even kun bek openen aan de oppervlakte. Het lijkt of ze een hap lucht nemen. Het water is moddergrauw waarin de knaloranje vissen met witte vlekken waarlangs een zwarte bies loopt, zeer goed staan. Hier en daar steekt een blad van een waterlelie omhoog. Het stikt van de vijvers, dus ook vissen.
Aan de overkant van ons hotel steekt uit een minivijver, ook daar roeren zich vissen, een muziekinstrument. Het instrument is een uit bamboe opgebouwd raamwerk bespeelt door een straal water, uit de bek van een stenen kikker, dat een klein rad in beweging zet. Het rad zorgt dat er stokjes tegen andere stokjes, ook van bamboe, tikken. Mijn zoon wordt een magneet, dan een klevende lolly, als we de muziek al horen.
Onze favoriete koffiebar, de ruimte lang met open einde, heeft een bank perfect dwars neergezet met zicht op de rijstvelden en natuurlijk een vijver.

donderdag 11 februari 2010

libellen

‘Wat is dat?’ vraagt mijn oudste zoon. ‘Een libelle’ zeg ik. ‘De helikopters onder de vliegende beesten’ verduidelijkt een vreemde man ons. Gut een Nederlander. Een paar dagen later vraagt mijn zoon terwijl er een libelle in de buurt is, ‘Wat is dit?’. ‘Dat is een libelle, je weet wel een soort helikopter’. ‘O een libelle’ roept hij.
Een libelle kun je niet echt goed bestuderen, ze zijn er of komen aan gevlogen, maar zijn ook zo weer weg. Inderdaad niet zo slecht gevonden van die vreemde meneer.
We komen nog geregeld Nederlanders en kleine helikopters tegen, de Nederlanders blijven iets langer hangen dan je lief is. Maargoed je wisselt wat uit over hoe warm het wel niet is of hoe koud het in Nederland is op dat moment en dan gaan ze uiteindelijk toch verder. Ze gaan hun eigen weg naar een stuk schaduw of naar een Warung, de zee, een supermarkt, een winkeltje met sarongs, een tempel, een vulkaan of weet ik veel waar naartoe.

woensdag 10 februari 2010

kakkerlakken

In ruime aantallen zitten ze op warme vochtige plekken. Met de twee voelsprieten fier vooruit, blijven ze vies. De paar die ik gezien heb, in de natte ruimte natuurlijk, liepen op hun dooie gemak ergens naartoe. Geen geroetsjt. Klein en fijn. Als kind heb ik grote hoeveelheden dode kakkerlakken gezien. In de tearoom van mijn ouders in de binnenstad van Amsterdam werd één keer in de zoveel tijd gif gespoten tegen de onuitroeibare gluiperds. De dag na zo’n spuitsessie lag de vitrine waarin normaal taarten staan, bezaaid met kakkerlakkenlijken.
Ze planten zich zo snel voor, het lijkt wel exponentieel. Een vrouwelijke kakkerlak draagt ongeveer dertig kakkerlakken in een eipakket lees ik op een site die we allemaal wel kennen en ze eten alles.
De hele dikke, echt wel grote, die ik op een dag op straat zie, is dood. Ben ik daar blij om? Zeker, bij kakkerlakken geldt hoe groter hoe enger. Hoewel ik heb nog nooit een grote levende gezien. Juist die avond lees ik mijn oudste zoon het boek Pluk en de Petteflat voor waarin Pluk bevriend raakt met kakkerlak Zaza.

dinsdag 9 februari 2010

salamanders

Echt geinige dieren zijn de salamanders, nu moet ik toegeven dat ik niet zeker weet of het salamanders zijn, voor het gemak noem ik ze zo. Ze hebben een vaal bruin grijze kleur en aan het einde van hun vingers, elke poot loopt in vijf vingers uit, zit een soort bolletje, misschien zijn het wel noppen. Ze lopen uit van 7 tot 12 cm.
Op een avond lig ik buiten op een verhoogde rieten mat, met daarop in het midden een kleine tafel, tafel op tafel eigenlijk en wacht wat tot het bier arriveert. Er zijn er drie, twee grote en een kleine, aan de muur geplakt. Doodstil zitten ze. Natuurlijk blijf ik kijken. Dan schiet er een op een insect af. Weg insect. Het ging zo snel dat ik niet weet hoe de prooi gevangen is.
Ik kom de salamanders geregeld tegen. Ze zijn hier net als muizen. Ze leven achter keukenkastjes, schilderijen, dingen die aan de muur hangen. Ze bewegen zo snel dat je schrikt omdat ze zich willen verstoppen zodra je aan komt lopen.

maandag 8 februari 2010

muggen

Al een uur nadat we zijn geland zit ik onder de irritante dikke rode muggenbulten. Ik heb nog geen mug gezien of gehoord. Hoe kan dit? Stiekeme beesten. Beesten? Zeg maar gerust beestjes, ze zijn gemeen klein, kom ik later achter. De rest van mijn gezin zit ook onder. De meegebrachte knijpfles muggenlotion met deet is niet toereikend. We kopen zeker nog vier family tubes erbij gedurende de drie weken dat we op Bali zijn. Ik was vergeten hoe naar dit allemaal is.
Veel te laat, vandaag, hoorde ik dat je op jeukende bulten tandpasta kunt smeren en dit helpt, echt, tegen de jeuk en de zwelling.
De laatste dagen, vertoevend honderd meter van zee hoeven we niet meer drie keer per dag, met sunblock (factor 50), erbij trouwens zes a zeven keer, maal vijf (gezinsleden) is vijfendertig keer, te smeren. Wat een opluchting.

Volgers

Over mij

Mijn foto
in maart en april een quiz, in mei interviews, in juni roddels, total make overs in juli, augustus de videoroman, september stellingen, in oktober een kort luisterverhaal, bloopers in november, een december vol problemen, in januari lekker makkelijk, in februari en maart de fauna reportage, in april is minimarktonderzoek onder uitzendbureaus als soapopera verwijderd onder het mom van eigenbelangen gaan voor, toen op stap met mijn oudste zoon, nu mijmeren over een nieuwe website