vrijdag 15 oktober 2010
bern I
We gaan naar Tina Scheiben, mijn prachtige vriendin in Bern. Vliegen en met de trein, we gaan op reis. Ik verheug me en zie ertegen op! Nog een krappe week en we gaan. ... wordt vervolgd.....
maandag 6 september 2010
op galerietour
We gaan met een bakpiets, zo zegt mijn dochter het, vol, naar Cokkie Snoei in Amsterdam. Bij de opening is de kunstenaar aanwezig. De bakpiets zit vol met mijn drie kinderen en ik fiets ze. O ik bid dat ze zich zullen gedragen.
De kunstenaar ken ik niet persoonlijk doch via facebook. Als ik voorbij sjees, ongezien volgens mij, zie ik Bert staan met de hond. We stappen binnen, mijn kinderen lopen rond, Lou geeft een kado aan Bert, ik kan niet zien hoe hij het uitpakt, laat staan filmen, want ik moet mijn focus leggen op mijn op het podium springende kind. Mijn kind. Ik betrap ze ook op het wegmoffelen van de uitnodigingen. Ze steken ze in een kier zodat ze onder het podium komen. Als ik na vele bekvechten en alle dingen doen die mamma niet leuk vindt, nog niet eens mijn glas wijn op heb, het heeft op vele plekken gestaan, mijn sigaret nog niet op, besluit te gaan, komt Bert me tegemoet gelopen en zegt, je gaat toch niet hè? We doen nog een afleidingspoging met de hond, ik til nog wat kinderen op en dan gaan we echt.
Bij Juliette Jongsma galerie gaat het iets soepeler, ze rennen wat rondjes door de zaal, zitten natuurlijk toch aan een kunstwerk. Er is eten en dan zet ik ze in de bakpiets en kan ik even 5 minuten relaxt een gesprek voeren.
De kunst moet je zelf gaan zien!
De kunstenaar ken ik niet persoonlijk doch via facebook. Als ik voorbij sjees, ongezien volgens mij, zie ik Bert staan met de hond. We stappen binnen, mijn kinderen lopen rond, Lou geeft een kado aan Bert, ik kan niet zien hoe hij het uitpakt, laat staan filmen, want ik moet mijn focus leggen op mijn op het podium springende kind. Mijn kind. Ik betrap ze ook op het wegmoffelen van de uitnodigingen. Ze steken ze in een kier zodat ze onder het podium komen. Als ik na vele bekvechten en alle dingen doen die mamma niet leuk vindt, nog niet eens mijn glas wijn op heb, het heeft op vele plekken gestaan, mijn sigaret nog niet op, besluit te gaan, komt Bert me tegemoet gelopen en zegt, je gaat toch niet hè? We doen nog een afleidingspoging met de hond, ik til nog wat kinderen op en dan gaan we echt.
Bij Juliette Jongsma galerie gaat het iets soepeler, ze rennen wat rondjes door de zaal, zitten natuurlijk toch aan een kunstwerk. Er is eten en dan zet ik ze in de bakpiets en kan ik even 5 minuten relaxt een gesprek voeren.
De kunst moet je zelf gaan zien!
zaterdag 4 september 2010
blokker
Ik ga boodschappen doen en we lopen tegen de Blokker aan. Mijn zoon wil iets kopen en hij hapert terwijl hij me vertelt wat dan. Hij? Ik ben degene die echt koopt, mijn zoon zoekt wel uit.
Voor hij uitgesproken is weet ik het fel begeerde al feilloos op te roepen. Hij loopt de kortste weg naar het schap met de broodtrommels en de bekers. Daar draait het allemaal om, het laatste bedoel ik, er is geen reden om er één te aan te schaffen, maar ik ben zwak, ik bezwijk voor mijn oudste zoon. Mijn zoon zoekt uit, ik betaal.
O ha ha, ik vergeet te laten vallen dat Cars ook een behoorlijke rol in deze akte speelt. (Nee ik wordt echt niet gesponsord).
Er staan nu twee verschillende soorten bekers in het schap, van elk design. Hij wil de beker met de deksel met ontploffende tuit. Geen draaidop. Met de walgelijke Cars print. Hij pakt hem en bekijkt het zorgvuldig. Eerst probeert hij of hij hem zelf open kan krijgen, lukt hem vrij snel.
Nee toch niet. Hij wil een effen hemelblauwe beker met bidondeksel. Echt geen Cars? Vraag ik me, in mijzelf, af. Ik raak liever geen speelgoed met geluid aan! Nee.
Mijn zoon blijft bij zijn besluit. Het speelgoed waar hij me en passant, op weg naar de kassa op wijst, wil hij eigenlijk ook hebben, laat ik beschaafd staan.
Het is een kronkelweg, maar mijn zoon kan fietsen. Dat gevoel kun je zelf net als ik, hoop ik voor je, nog steeds oproepen.
Geweldig!
Voor hij uitgesproken is weet ik het fel begeerde al feilloos op te roepen. Hij loopt de kortste weg naar het schap met de broodtrommels en de bekers. Daar draait het allemaal om, het laatste bedoel ik, er is geen reden om er één te aan te schaffen, maar ik ben zwak, ik bezwijk voor mijn oudste zoon. Mijn zoon zoekt uit, ik betaal.
O ha ha, ik vergeet te laten vallen dat Cars ook een behoorlijke rol in deze akte speelt. (Nee ik wordt echt niet gesponsord).
Er staan nu twee verschillende soorten bekers in het schap, van elk design. Hij wil de beker met de deksel met ontploffende tuit. Geen draaidop. Met de walgelijke Cars print. Hij pakt hem en bekijkt het zorgvuldig. Eerst probeert hij of hij hem zelf open kan krijgen, lukt hem vrij snel.
Nee toch niet. Hij wil een effen hemelblauwe beker met bidondeksel. Echt geen Cars? Vraag ik me, in mijzelf, af. Ik raak liever geen speelgoed met geluid aan! Nee.
Mijn zoon blijft bij zijn besluit. Het speelgoed waar hij me en passant, op weg naar de kassa op wijst, wil hij eigenlijk ook hebben, laat ik beschaafd staan.
Het is een kronkelweg, maar mijn zoon kan fietsen. Dat gevoel kun je zelf net als ik, hoop ik voor je, nog steeds oproepen.
Geweldig!
vrijdag 27 augustus 2010
centrale bibliotheek
DUS Architects heeft iets voor de deur van de bibliotheek gezet en wij, mijn oudste zoon en ik staan er middenin. Het is een vierkante kubus, waar je in kan stappen na de ‘stairway to heaven’. Vanbinnen is er een nepbos. Dat wil zeggen een boom in het midden die wordt weerkaatst door spiegels, overal zijn ze. Boven niet, daar is lucht en natuurlijk zijn er witte wolken. Mijn zoon vindt het te gek. Ik ook, al ben ik sneller uitgespeeld dan hij.
We gaan nòg een keer het hele ritueel door en komen bevrijd van iets zwaars, er uit.
In de bibliotheek nemen we de tijd, we nemen de roltrap, de gewone trap, de lift. Alles is leuk. Natuurlijk moet mijn zoon naar de wc. Hij kan met een sleutel naar een wc speciaal voor kinderen geloof ik, alleen ik prefereer de volwassenen wc. Een attractie op zich.
We drinken nog iets boven, met uitzicht, hier zat ik eens in een performance met de titel ‘Een voorspel’, bijzonder, vooral omdat ik het alleen heb gedaan.
Nu al weet ik dat deze boeken die de draaideur door gaan, te laat terugkomen.
We gaan nòg een keer het hele ritueel door en komen bevrijd van iets zwaars, er uit.
In de bibliotheek nemen we de tijd, we nemen de roltrap, de gewone trap, de lift. Alles is leuk. Natuurlijk moet mijn zoon naar de wc. Hij kan met een sleutel naar een wc speciaal voor kinderen geloof ik, alleen ik prefereer de volwassenen wc. Een attractie op zich.
We drinken nog iets boven, met uitzicht, hier zat ik eens in een performance met de titel ‘Een voorspel’, bijzonder, vooral omdat ik het alleen heb gedaan.
Nu al weet ik dat deze boeken die de draaideur door gaan, te laat terugkomen.
donderdag 26 augustus 2010
blokker speelgoed
Verjaardagen en afkicken van die dagen geven vreemde taferelen bij mijn oudste zoon. Hij vraagt aan iedereen die binnenkomt of men een cadeautje bij zich heeft.
We zijn op weg naar de Blokker. De Speelgoed Blokker aan de Centuurbaan. Om twee cadeaus te kopen voor zijn tweeling broertje en zusje die al snel jarig zijn, hoera nog een kinderfeestje.
Ik heb met hem afgesproken dat hij één cadeau mag uitkiezen en ik de andere. Wel mag hij bepalen voor wie hij iets uitkiest voor Nappie of Theda. Hij draalt bij de rekken met auto’s en andere snelle vervoersmiddelen. Een miniatuurbus van Connexxion, hij gaat naar Leiderdorp. Daar moeten we samen eens naartoe. Een brandweerauto, ambulance, politieauto, ook in combinatiepakket.
Er is een roze blikvanger in de zaak, de Barbies en meisjesafdeling. Het is de kleur van Fleur, iets met liefde of zo. Ik betrap mezelf erop dat ik heel hebberig word en ik moet het goede voorbeeld geven, dus ik sla ruim in. Ministek, een Barbie (kunstproject) een auto met een paardentrailer er achter, ah een boot die blijft drijven en als topstuk een tweelingbuggy. Ik koop even geen Cars.
Het huis is weer te vol. Ik geloof dat ik bijna een dag heb genoten van mijn hoogstpersoonlijke doch stiekem gevoerde opruimaanval en poets epilepsie.
We zijn op weg naar de Blokker. De Speelgoed Blokker aan de Centuurbaan. Om twee cadeaus te kopen voor zijn tweeling broertje en zusje die al snel jarig zijn, hoera nog een kinderfeestje.
Ik heb met hem afgesproken dat hij één cadeau mag uitkiezen en ik de andere. Wel mag hij bepalen voor wie hij iets uitkiest voor Nappie of Theda. Hij draalt bij de rekken met auto’s en andere snelle vervoersmiddelen. Een miniatuurbus van Connexxion, hij gaat naar Leiderdorp. Daar moeten we samen eens naartoe. Een brandweerauto, ambulance, politieauto, ook in combinatiepakket.
Er is een roze blikvanger in de zaak, de Barbies en meisjesafdeling. Het is de kleur van Fleur, iets met liefde of zo. Ik betrap mezelf erop dat ik heel hebberig word en ik moet het goede voorbeeld geven, dus ik sla ruim in. Ministek, een Barbie (kunstproject) een auto met een paardentrailer er achter, ah een boot die blijft drijven en als topstuk een tweelingbuggy. Ik koop even geen Cars.
Het huis is weer te vol. Ik geloof dat ik bijna een dag heb genoten van mijn hoogstpersoonlijke doch stiekem gevoerde opruimaanval en poets epilepsie.
woensdag 25 augustus 2010
winkel
Wij lopen Domburg centrum in, mijn oudste zoon en ik. Zo snel als lukt, we moeten een keer terug lopen om de verloren veer op te rapen, gevallen uit de minibuggy die mijn zoon voor zich uit rijdt. Dan zijn we in mijn favoriete winkel in Domburg. Een jaar geleden kocht ik daar een jurk, met borduursel, handgemaakt in Nepal als ik het wil geloven en ja dat doe ik graag. Inmiddels is mijn roetzwarte jurk na vele wasbeurten grijs.
In de winkel pas ik zeven jurken. Mijn zoon is uiterst meedenkend, hij vindt het leuk in de winkel, pashok met gordijn, weten wij alles van, toch dames. Ik zwicht voor een jurk, best bloot op de rug, daar houd ik van, in het zwart en er zitten gilmmers op. Diep uitgesneden ook. Naar mijn werk kan ik hem niet aan. Deze feestjurk komt ook uit Nepal. Echt zijde, kan dus niet in de machine.
In Amsterdam kijkt mijn zoon naar de knopen en nepdiamanten en weet exact de juiste sfeer boven te halen waarin we die samen gekocht hebben.
De jurk uit Frankrijk, hemelsblauw met kanten bies die ik van Roos voor mijn verjaardag heb gekregen, vindt hij ook zo mooi.
In de winkel pas ik zeven jurken. Mijn zoon is uiterst meedenkend, hij vindt het leuk in de winkel, pashok met gordijn, weten wij alles van, toch dames. Ik zwicht voor een jurk, best bloot op de rug, daar houd ik van, in het zwart en er zitten gilmmers op. Diep uitgesneden ook. Naar mijn werk kan ik hem niet aan. Deze feestjurk komt ook uit Nepal. Echt zijde, kan dus niet in de machine.
In Amsterdam kijkt mijn zoon naar de knopen en nepdiamanten en weet exact de juiste sfeer boven te halen waarin we die samen gekocht hebben.
De jurk uit Frankrijk, hemelsblauw met kanten bies die ik van Roos voor mijn verjaardag heb gekregen, vindt hij ook zo mooi.
woensdag 23 juni 2010
bastiaans friture
Het duurt nog een half uur voor de pont naar het NDSM komt. Ik ga zitten terwijl mijn zoon kijkt of er al dan niet een auto op de voorbij trekkende vrachtschepen staat. Het is een druilende of winderige dag. ‘Mama ik wil met die boot,’ zegt mijn zoon. Hij wijst naar de draagvleugelboot die je in een mum van tijd naar IJmuiden brengt. ‘Ok kom op’, zeg ik.
We wachten kort en stappen aan boord. De boot is op een paar mensen na leeg. Mijn zoon gaat voorin zitten bij het raam, het is alleen niet helemaal vooraan, in de punt van de boot kun je ook zitten. “Op de terugweg’, beloof ik. Dan vertrekken we, en we stijgen nog net niet op, zo rap gaan we. ‘Hard hè!’, roept mijn zoon. Dat ben ik grandioos met hem eens!
Mijn grote zoon zit op zijn knieën op zijn stoel en kijkt naar het opspattend schuim naast de boot. Als we vaart minderen en een bocht maken krijg ik het bange vermoeden dat we er zijn. Mijn zoon en ik willen nog niet uitstappen, nu al, dit is toch nog niet het eindpunt. Ja, hup eruit. Het weer is guur en we duiken de snackbar in.
Mijn zoon wil snoep maar krijgt een snack. Hij kiest een hotdog. Ik neem een broodje kroket. We worden bekeken door werklieden, vaklui. Zodra mijn zoon even geen aandacht vraagt gluur ik naar de mannen, wat ze eten en de overals die ze dragen. Op het glazen gedeelte van een soort windscherm zie ik de naam Bastiaans staan. Op internet vind ik Bastiaans Friture. Belgisch niet?
Dan gaan we op huis aan. Nog sneller dan heen. We stappen op de kade en zien een vrouw die voor ons loopt aan de rand van de steiger een trapje afgaan richting water. ‘Wat gaat zij nou doen?’ vraagt mijn zoon. Ik weet het echt niet en we snellen naar de rand van de houten steiger waarop we lopen, om te zien wat de mevrouw doet. Ze stapt in een open speedbootje waar een man achter het stuur zit. We kijken heel lang hoe ze elkaar begroeten en hoe het bootje keert en wegvaart.
We wachten kort en stappen aan boord. De boot is op een paar mensen na leeg. Mijn zoon gaat voorin zitten bij het raam, het is alleen niet helemaal vooraan, in de punt van de boot kun je ook zitten. “Op de terugweg’, beloof ik. Dan vertrekken we, en we stijgen nog net niet op, zo rap gaan we. ‘Hard hè!’, roept mijn zoon. Dat ben ik grandioos met hem eens!
Mijn grote zoon zit op zijn knieën op zijn stoel en kijkt naar het opspattend schuim naast de boot. Als we vaart minderen en een bocht maken krijg ik het bange vermoeden dat we er zijn. Mijn zoon en ik willen nog niet uitstappen, nu al, dit is toch nog niet het eindpunt. Ja, hup eruit. Het weer is guur en we duiken de snackbar in.
Mijn zoon wil snoep maar krijgt een snack. Hij kiest een hotdog. Ik neem een broodje kroket. We worden bekeken door werklieden, vaklui. Zodra mijn zoon even geen aandacht vraagt gluur ik naar de mannen, wat ze eten en de overals die ze dragen. Op het glazen gedeelte van een soort windscherm zie ik de naam Bastiaans staan. Op internet vind ik Bastiaans Friture. Belgisch niet?
Dan gaan we op huis aan. Nog sneller dan heen. We stappen op de kade en zien een vrouw die voor ons loopt aan de rand van de steiger een trapje afgaan richting water. ‘Wat gaat zij nou doen?’ vraagt mijn zoon. Ik weet het echt niet en we snellen naar de rand van de houten steiger waarop we lopen, om te zien wat de mevrouw doet. Ze stapt in een open speedbootje waar een man achter het stuur zit. We kijken heel lang hoe ze elkaar begroeten en hoe het bootje keert en wegvaart.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
Volgers
Over mij
- Jacqueline Wippo
- in maart en april een quiz, in mei interviews, in juni roddels, total make overs in juli, augustus de videoroman, september stellingen, in oktober een kort luisterverhaal, bloopers in november, een december vol problemen, in januari lekker makkelijk, in februari en maart de fauna reportage, in april is minimarktonderzoek onder uitzendbureaus als soapopera verwijderd onder het mom van eigenbelangen gaan voor, toen op stap met mijn oudste zoon, nu mijmeren over een nieuwe website