vrijdag 27 augustus 2010

centrale bibliotheek

DUS Architects heeft iets voor de deur van de bibliotheek gezet en wij, mijn oudste zoon en ik staan er middenin. Het is een vierkante kubus, waar je in kan stappen na de ‘stairway to heaven’. Vanbinnen is er een nepbos. Dat wil zeggen een boom in het midden die wordt weerkaatst door spiegels, overal zijn ze. Boven niet, daar is lucht en natuurlijk zijn er witte wolken. Mijn zoon vindt het te gek. Ik ook, al ben ik sneller uitgespeeld dan hij.
We gaan nòg een keer het hele ritueel door en komen bevrijd van iets zwaars, er uit.
In de bibliotheek nemen we de tijd, we nemen de roltrap, de gewone trap, de lift. Alles is leuk. Natuurlijk moet mijn zoon naar de wc. Hij kan met een sleutel naar een wc speciaal voor kinderen geloof ik, alleen ik prefereer de volwassenen wc. Een attractie op zich.
We drinken nog iets boven, met uitzicht, hier zat ik eens in een performance met de titel ‘Een voorspel’, bijzonder, vooral omdat ik het alleen heb gedaan.
Nu al weet ik dat deze boeken die de draaideur door gaan, te laat terugkomen.

donderdag 26 augustus 2010

blokker speelgoed

Verjaardagen en afkicken van die dagen geven vreemde taferelen bij mijn oudste zoon. Hij vraagt aan iedereen die binnenkomt of men een cadeautje bij zich heeft.
We zijn op weg naar de Blokker. De Speelgoed Blokker aan de Centuurbaan. Om twee cadeaus te kopen voor zijn tweeling broertje en zusje die al snel jarig zijn, hoera nog een kinderfeestje.
Ik heb met hem afgesproken dat hij één cadeau mag uitkiezen en ik de andere. Wel mag hij bepalen voor wie hij iets uitkiest voor Nappie of Theda. Hij draalt bij de rekken met auto’s en andere snelle vervoersmiddelen. Een miniatuurbus van Connexxion, hij gaat naar Leiderdorp. Daar moeten we samen eens naartoe. Een brandweerauto, ambulance, politieauto, ook in combinatiepakket.
Er is een roze blikvanger in de zaak, de Barbies en meisjesafdeling. Het is de kleur van Fleur, iets met liefde of zo. Ik betrap mezelf erop dat ik heel hebberig word en ik moet het goede voorbeeld geven, dus ik sla ruim in. Ministek, een Barbie (kunstproject) een auto met een paardentrailer er achter, ah een boot die blijft drijven en als topstuk een tweelingbuggy. Ik koop even geen Cars.
Het huis is weer te vol. Ik geloof dat ik bijna een dag heb genoten van mijn hoogstpersoonlijke doch stiekem gevoerde opruimaanval en poets epilepsie.

woensdag 25 augustus 2010

winkel

Wij lopen Domburg centrum in, mijn oudste zoon en ik. Zo snel als lukt, we moeten een keer terug lopen om de verloren veer op te rapen, gevallen uit de minibuggy die mijn zoon voor zich uit rijdt. Dan zijn we in mijn favoriete winkel in Domburg. Een jaar geleden kocht ik daar een jurk, met borduursel, handgemaakt in Nepal als ik het wil geloven en ja dat doe ik graag. Inmiddels is mijn roetzwarte jurk na vele wasbeurten grijs.
In de winkel pas ik zeven jurken. Mijn zoon is uiterst meedenkend, hij vindt het leuk in de winkel, pashok met gordijn, weten wij alles van, toch dames. Ik zwicht voor een jurk, best bloot op de rug, daar houd ik van, in het zwart en er zitten gilmmers op. Diep uitgesneden ook. Naar mijn werk kan ik hem niet aan. Deze feestjurk komt ook uit Nepal. Echt zijde, kan dus niet in de machine.
In Amsterdam kijkt mijn zoon naar de knopen en nepdiamanten en weet exact de juiste sfeer boven te halen waarin we die samen gekocht hebben.
De jurk uit Frankrijk, hemelsblauw met kanten bies die ik van Roos voor mijn verjaardag heb gekregen, vindt hij ook zo mooi.

woensdag 23 juni 2010

bastiaans friture

Het duurt nog een half uur voor de pont naar het NDSM komt. Ik ga zitten terwijl mijn zoon kijkt of er al dan niet een auto op de voorbij trekkende vrachtschepen staat. Het is een druilende of winderige dag. ‘Mama ik wil met die boot,’ zegt mijn zoon. Hij wijst naar de draagvleugelboot die je in een mum van tijd naar IJmuiden brengt. ‘Ok kom op’, zeg ik.
We wachten kort en stappen aan boord. De boot is op een paar mensen na leeg. Mijn zoon gaat voorin zitten bij het raam, het is alleen niet helemaal vooraan, in de punt van de boot kun je ook zitten. “Op de terugweg’, beloof ik. Dan vertrekken we, en we stijgen nog net niet op, zo rap gaan we. ‘Hard hè!’, roept mijn zoon. Dat ben ik grandioos met hem eens!
Mijn grote zoon zit op zijn knieën op zijn stoel en kijkt naar het opspattend schuim naast de boot. Als we vaart minderen en een bocht maken krijg ik het bange vermoeden dat we er zijn. Mijn zoon en ik willen nog niet uitstappen, nu al, dit is toch nog niet het eindpunt. Ja, hup eruit. Het weer is guur en we duiken de snackbar in.
Mijn zoon wil snoep maar krijgt een snack. Hij kiest een hotdog. Ik neem een broodje kroket. We worden bekeken door werklieden, vaklui. Zodra mijn zoon even geen aandacht vraagt gluur ik naar de mannen, wat ze eten en de overals die ze dragen. Op het glazen gedeelte van een soort windscherm zie ik de naam Bastiaans staan. Op internet vind ik Bastiaans Friture. Belgisch niet?
Dan gaan we op huis aan. Nog sneller dan heen. We stappen op de kade en zien een vrouw die voor ons loopt aan de rand van de steiger een trapje afgaan richting water. ‘Wat gaat zij nou doen?’ vraagt mijn zoon. Ik weet het echt niet en we snellen naar de rand van de houten steiger waarop we lopen, om te zien wat de mevrouw doet. Ze stapt in een open speedbootje waar een man achter het stuur zit. We kijken heel lang hoe ze elkaar begroeten en hoe het bootje keert en wegvaart.

zaterdag 19 juni 2010

blokker

Waar koop je in hemelsnaam een broodtrommel vraag ik me af. Ik zie het niet zitten om met mijn zoon naar een speelgoedwinkel te gaan. Blokker. Onwillekeurig denk ik aan een vriend die een zeker stel een blokkerstel noemde. ‘We gaan een broodtrommel voor je kopen bij de Blokker’, zeg ik tegen mijn zoon. Hij is er meteen voor in.
De blokker ziet er fleurig uit, misschien hebben ze een styliste in de arm genomen. De automatische toegangspoort wordt uitgeprobeerd. Mijn zoon krijgt er geen genoeg van, begint rondjes te rennen, het hek moet wel overstuur zijn.
We lopen nu echt de winkel in naar de b van broodtrommel. Daar staan er een aantal zielig bij elkaar. Er staat een rode Cars trommel tussen, de laatste, mijn zoon kan zijn geluk niet op. Over de Cars bekers, kijkt hij heen, mooi zo. Hij heeft trouwens al een Cars bidon. Hij wil de trommel zelf dragen. Zonder tas.
Thuis wil mijn zoon een boterham. Hij eet hem niet op maar stopt het in de nieuwe trommel waar ook diverse speeltjes inzitten zie ik nu. Plus een folder om naamstickers te bestellen, goed idee, leuk gedaan ook, ik gooi het bij het papierafval.
Voor een week is mijn zoon onafscheidelijk van zijn broodtrommel, hij gaat ermee in bad, naar bed, naar de crèche. Mijn zoon is bezig met zijn eigen overgangsritueel en de trommel is een geheime schatkist waar voorwerpen met voedsel in geofferd worden.
Inmiddels is het nieuwe er af of de geesten zijn bezworen, ik pak als mijn zoon in bed ligt de lege schone broodtrommel uit de keukenkast. Op de onderkant van het heilige der heiligen plak ik de naam van mijn zoon met letterstickers. Van die Mars letters, een leuke reclamestunt van de reep. Ik hoop niet dat ik nu zijn voodoo krachten verstoor. Mijn zoon weet het nog niet, ik ben benieuwd hoe hij het vindt

vrijdag 18 juni 2010

de kleine reus

Gisteren bij het slapen gaan heb ik mijn oudste zoon voorbereid op de spannende dag vandaag. Eigenlijk doe ik dit al weken. Mijn zoon gaat wennen bij de Kleine Reus, zijn nieuwe school. Bij het ontbijt ben ik een tikje gespannen want we worden om half negen verwacht.
Stipt op tijd ontmoeten we juf Sonja in het lokaal. Het is rustig. ‘Hoe laat begin je ook al weer?’ vraag ik. ‘Kwart voor negen’, zegt juf Sonja. Ook op school hanteert men een academisch kwartiertje. Mijn zoon moet naar de wc, ik ga mee.
Vandaag is speelgoeddag leer ik in het kringgesprek. Mijn zoon zit op mijn schoot. Iedereen komt aan de beurt, je mag iets vertellen of laten zien of alleen goedemorgen zeggen. Mijn oudste zoon is nu de jongste en duikt in me weg als hij aan de beurt is. Pas als een pittig tenger meisje over haar weekend vertelt, ze heeft een rode raceauto, met lawaai, gekocht bij een benzinestation op weg naar opa en oma, komt mijn zoon los. ‘Maar Bliksem kan ook heel hard hoor,’ roept mijn zoon. Er zitten twee branieschoppers in de kring dus niemand hoort het, behalve ik.
Feestjes passeren de ronde, het zwembad in het Vondelpark natuurlijk, een weekendje Bakkum. Als juf Sonja even de gang op loopt, het is me onduidelijk waarom, breekt de hel los. De branieschoppers springen op om te rappen en schudden daarbij een soort breakdance uit. Na terugkomst heeft juf Sonja in een mum van tijd de klas tot rust gebracht. Het kringgesprek wordt afgerond want het is tijd voor spel, ik mag of moet weg. Om elf uur kan ik hem ophalen.
Als ik weer voor de neus van juf Sonja sta krijg ik subtiel een reprimande, of ik wel weet dat hij fruit en drinken mee moet nemen. Hij is niets te kort gekomen, daar niet van, ze hebben gedeeld.
De klas gaat net buitenspelen, mijn zoon wil blijven. Oma biedt verlossing, ik hoef haar maar te noemen of hij staat al naast de fiets. ‘Hoe was het?’ bekogel ik hem. ‘Ja’ zegt hij. Academisch kwartiertje mijmer ik, broodtrommel en beker, voor wie is deze wendag?

donderdag 17 juni 2010

oud west

Het is anders fietsen zo met mijn zoon voorop, het heeft voornamelijk met stuurbalans te maken, zo zwaar is hij. We gaan naar Oud West om een snoertje op te halen bij Marjenna.
Ze woont vier hoog, mijn zoon vindt het mega interessant. Hij wijst me op de trap onder ons, hebben we net gelopen en op de trap voor ons, waar we zo zullen zijn. De honden blaffen. Als ze blaffen bijten ze niet, stel ik mijn zoon gerust.
Binnen duurt het even voor we allemaal gekalmeerd zijn en het bekijken van de puppyfoto’s draagt hieraan bij. Ik vertel mijn zoon dat hij als klein jochie de puppy’s in het echt heeft gezien, of nee bedolven is geweest door likkende puppy’s. Hij knikt langzaam met grote ogen en bekijkt de twee honden die liggen te hijgen onder tafel.
We stappen het balkon op en moeten dekking zoeken onder de parasol. ‘Mag ik de planten water geven?’ vraagt mijn zoon. ‘Dat moet je aan Marjenna vragen” reageer ik. Ik kan niet nalaten te denken dat je planten pas laat op de dag water mag geven dus ben ik benieuwd wat ze zal zeggen. Ze zit binnen maar heeft het gesprek gevolgd, want ze reageert direct. Hij mag de planten water geven. Twee gieters en een tuinslang komen tevoorschijn. Gretig gaat mijn zoon aan de slag. Ik ben bang dat er een aantal planten verzuipen, maargoed ik hou me in, probeer af en toe mijn zoon af te remmen, bij te sturen door hem naar drogere plantenbakken te dirigeren. Ik dwing mezelf hem zijn gang te laten gaan. We zijn klaar.
De twee honden liggen nog steeds te hijgen onder tafel. De grote hond is een overgebleven pup van Flint. ‘Waar is papa?’ vraagt mijn zoon. ‘Die woont op de hei’ zegt Marjenna. Mijn zoon kijkt raar. ‘Waar is papa?’ vraagt hij nog eens. ‘Papa woont ergens anders, lekker buiten’ antwoord Marjenna. Ze laat een foto zien, papa is een kleine opdonder staand in typische heide flora.
Ik stop het snoertje in mijn tas, het is tijd om te vertrekken. We fietsen heel langzaam in, te gek warm, super zacht zomerweer, weer naar huis.

Volgers

Over mij

Mijn foto
in maart en april een quiz, in mei interviews, in juni roddels, total make overs in juli, augustus de videoroman, september stellingen, in oktober een kort luisterverhaal, bloopers in november, een december vol problemen, in januari lekker makkelijk, in februari en maart de fauna reportage, in april is minimarktonderzoek onder uitzendbureaus als soapopera verwijderd onder het mom van eigenbelangen gaan voor, toen op stap met mijn oudste zoon, nu mijmeren over een nieuwe website