maandag 29 juni 2009

Moeders

Roddeltante en Luistervinkje drinken een wijntje


'Wat vind jij van je moeder?'
'Totaal gestoord.'
'Ze blijft toch je moeder.'
'Zeker, ze is ook lief.'
'Mijne wordt oud.'
'Mijne ook.'
'Ineens best snel.'
'Ze gaan een keer dood.'
'Dat schijnt heftig te zijn.'
'Ik wil er niet aan denken.'
'Mijne doet nog veel.'
'Mijne ook.'
'Gelukkig maar.'
'Andere dingen dan ik weliswaar.'
'Wat doet jouw moeder zoal?'
'Ze zit op allerlei clubjes.'
'Bingo en zo?'
'Van alles, het fijne weet ik niet.'
'Interesseert je dat niet?'
'Jawel, het is alleen veel.'
'Ze is heel sociaal.'
'Over jouw moeder.'
'Wat?'
'Drinkt ze nog zoveel?'
'Steeds meer.'
'Dat kan toch niet.'
'Jazeker.'
'Elke dag?'
'Ja hoor.'
'Ook alleen?'
'Dan ook.'
'Maak je, je zorgen?'
'Nee.'
'Misschien moeten we een ontmoeting regelen.'
'Jouw moeder kan mijne meenemen.'
'Toch niet naar zo’n clubje?'
'Op kroegentocht.'
'Dat is een heel goed idee.'
'Het is weer tijd voor een leuke vent.'
'We laten ze elkaar bellen.'

zondag 28 juni 2009

Beste vriendin

Roddeltante en Luistervinkje vinden een paraplu


'Wat fijn in die regen.'
'De plu is kapot.'
'Ach we geven ons eraan over.'
'Wat ik laatst nu weer hoorde.'
'Ik brand van nieuwsgierigheid.'
'Het gaat over mijn beste vriendin.'
'Daar had je toch ruzie mee?'
'O dat, ik was even gebrouilleerd.'
'Is weer over?'
'Al lang.'
'Maar wat dan?'
'Ze vertelde me dat ze verliefd is.'
'Wat leuk voor haar.'
'Hotel de botel hoor.'
'Heb je hem al gezien?'
'Nee.'
'Hoe kent ze hem?'
'Ontmoet in Paradiso.'
'Grappig.'
'Hij is tien jaar ouder.’
'Dat geeft toch niet.’
'Jaren zeventig weet je wel.’
'Mooie tijd.’
'Het is een stoot.’
'Prettig.’
'Hij wil partnerruil.’
'Oei.’
'Ze durft niet.’
'Heeft ze daar zin in?’
'Ze is verliefd.’
‘Dan heb je toch genoeg aan elkaar?’
‘Vind zij ook.’
‘Ze overweegt het wel?’
‘Ze hebben er veel over gesproken.’
‘Zou mijn ding niet zijn.’
‘Roze bril.’
‘Bullshit.’
‘Morgen gaat ze naar een seksclub.’
‘Hou me alsjeblieft op de hoogte.’
‘Wat denk jij nou!’

zaterdag 27 juni 2009

The King of Pop

Roddeltante en Luistervinkje luisteren naar Billie Jean


‘Erg hè.’
‘Te jong.’
‘Ik ben er kapot van.’
‘Ja.’
‘Ik had een kaartje.’
‘Voor zijn laatste concertenreeks?’
‘Yes’
‘In Londen.’
‘Ik wilde het niet missen.’
‘Had je die documentaire ook gezien?’
‘Een paar keer.’
‘Ik vond één keer genoeg.’
‘Ben jij nu fan of niet?’
‘Een beetje.’
‘Wat een drama.’
‘Je geld ben je kwijt hoor.’
‘Geeft niet.’
‘Dat was vooropgezet.’
‘Nee joh.’
‘Natuurlijk wel.’
‘Nou en?’
‘Ik vind hem zo seksloos.’
‘Ergens wel ja.’
‘Hij laat in ieder geval een berg muziek na.’
‘En wat voor.’
‘Zullen we Thriller luisteren.’
‘Eerst Beat it.’
‘Madonna vindt het ook erg.’
‘De hele wereld.’
‘Denk ik ook.’
‘Het is zo zielig voor zijn kinderen.’
‘En zijn plastische chirurg.’
‘Ben jij al op zijn rouwpagina geweest?’
‘Bestaat die?’
‘Dat kan niet anders.’
‘Wil je dat nu opzoeken?’
‘Hallo, jij niet?’
‘Ik heb er even geen zin in.’
‘O.’
‘De informatiestroom wordt me teveel.’
‘Kun je de muziek nog aan?’
‘Wel, maar mag de televisie uit?’

vrijdag 26 juni 2009

Interim

Roddeltante zit met Luistervinkje buiten


‘Ik wordt gestalkt.’
‘Door wie?’
‘De interim.’
‘Aaarg door die creep.’
‘Geil word ik ervan.’
‘Pardon?’
‘Gek bedoel ik.’
‘Je zei toch iets anders.’
‘Ja maar ik weet het allemaal niet meer.’
‘Freudiaans versprekinkje?’
‘Ga toch heen.’
‘Wat doet hij?’
‘Alles.’
‘Niet zo vaag.’
‘Hij benadert me met alle communicatiemiddelen.’
‘Volgt hij je ook.’
‘Sinds kort wel.’
‘Wat een klootzak.’
‘Eerst vond ik het nog grappig.’
‘Kan ik me voorstellen.’
‘Ik voel me vacuüm getrokken.’
‘Op kantoor toch niet?’
‘Stiekem, zo bijdehand is hij wel.’
‘Wanneer dan?’
‘Als ik opkijk zie ik zijn kop.’
‘O lieverd.’
‘Ik ben aan het solliciteren geslagen.’
‘Je moet niet vluchten.’
‘Wat dan?’
‘Hij moet oprotten.’
‘Ik weet niet hoe.’
‘We moeten iets bedenken.’
‘Mij geloven ze nooit.’
‘Zit hij ook aan je?’
‘Op zo’n toevallige manier.’
‘Aankaarten.’
‘Bij wie?’
‘Commissieraad?’
‘Die incestclub?’
‘De politiek?’
‘Jij hebt humor.’

donderdag 25 juni 2009

Uitzendkracht

Roddeltante en Luistervinkje wachten in de vergaderkamer


'Vergadert onze uitzendkracht nu mee?'
'Ik hoop het niet.'
'Als ik het goed heb is dit haar laatste week.'
'Zoiets hoorde ik ook.'
'Ze huppelt hier al te lang rond.'
'Met zo’n afschuwelijke stem.'
'Die ze zelf zo graag hoort.'
'Altijd te hard.'
'Behalve als ze roddelt.'
'Ze heeft in die korte tijd meer geroddeld dan jij.'
'Ik roddel niet zo veel hoor.'
'Vergeleken bij haar niet.'
'Wat krijgen we nu?'
'Nou?'
'Ga me nu niet met haar vergelijken.'
'Kom op.'
'Ik ben best discreet.'
'Dat denk je toch niet echt?'
'Ik kan heel goed dingen voor me houden.'
'Ja hoor.'
'Dat vind ik echt.'
'Je wordt de roddeltante genoemd.'
'Wie zegt dat allemaal?'
'Iedereen.'
'O nee.'
'Jij kan er wat van roddeltante.'
'Hou op.'
'De enige die je overtreft is uitzendkracht.'
'Wat afschuwelijk.'
'Welnee. '
'En jij roddelt natuurlijk nooit?'
'Ik roddel ook wel eens.'
'Nou dan.'
'Maar niet zo veel als jullie.'
'Jouw roddels zijn vals.'
'Roddelen is roddelen.'
'Mijn roddels zijn wetenswaardigheden.'
'Wat maakt het allemaal uit.'
'Ik schrik hier van.'
'Niet doen, lekker doorgaan joh.'

woensdag 24 juni 2009

Caissière

Roddeltante en Luistervinkje doen boodschappen


‘Wat zal ik eten vanavond?’
‘Waar heb je zin in?’
‘Pastasalade.’
‘Lekker met spekjes en augurk.’
‘Wat eet jij?’
‘Salade Nicoise. ‘
‘Ook lekker.’
‘Met tonijn en ui.’
‘Onze vaste caissière is er weer.’
‘Ze was lang weg.’
‘Ze heeft in een rusthuis gezeten.’
‘Waarom?’
‘Een zelfmoordpoging.’
‘Alweer?’
‘Haar vierde geloof ik.’
‘Dat klinkt niet goed.’
‘Ze doet het zo halfslachtig.’
‘Zal ze eenzaam zijn?’
‘Volgens mij manisch depressief.’
‘Hoe doet ze het?’
‘Ouderwets met een scheermes.’
‘Gatver.’
‘In bad.’
‘Alle pogingen?’
‘Iedere keer weer.’
‘Wat smerig.’
‘Voor haar buurvrouw zeker.’
‘Hoezo?’
‘Zij vindt haar altijd.’
‘Dus toch eenzaam.’
‘Ze lijkt zo normaal.’
‘Behalve dat ze zoveel lult.’
‘Het gaat ook nergens over.’
‘Ze ratelt de realiteit weg.’
‘Misschien moet ze ander werk?’
‘Wat als ze dit leuk vindt?’
‘Ik weet het ook niet.’
‘Ik heb haar nooit depressief gezien.’
‘Ik wel.’
‘Jij weer wel.’
‘Dan ziet ze eruit als afvoerwater.’

dinsdag 23 juni 2009

De slagerszoon

Roddeltante en Luistervinkje zijn in een drogist


‘Dit is hele lekkere gel.’
‘Dat ga ik proberen.’
‘Weet je wie ook veel gel gebruikt?’
‘Nou?’
‘De zoon van de slager.’
‘Hij is schattig, niet?’
‘Zijn haar glimt net als de tegels.’
‘Is hij nu veertien of vijftien?’
‘Zestien.’
‘Zo oud al?’
‘Hij schijnt het moeilijk te hebben.’
‘Waarmee?’
‘Onder andere met z’n zussen.’
‘Met zijn zevenen zijn ze toch?’
‘Achten.’
‘Zes kinderen.’
‘Een hoop hè.’
‘Wat is er dan?’
‘De zoon heeft anorexia.’
‘Och jee.’
‘Hij gaat nu in behandeling.’
‘Ach.’
‘Hij was altijd al dun.’
‘Klopt.'
‘Nu is het vel over been.
‘Nee zeg.’
‘De slager maakt zich zorgen.’
‘Logisch.’
‘De behandeling schijnt te werken.’
‘Gelukkig.’
‘Ze hebben hele goede hoop.’
‘Komt vast goed.’
‘De slager wil eigenlijk dat hij de zaak overneemt.’
‘Doet hij dat?’
‘Natuurlijk niet.’
‘En de zussen dan?’
‘Misschien dat de jongste interesse heeft.’
‘Is ze daar niet te wild voor?’
‘Ze is nu rustiger.’
‘Dan kan ze dat wel.’

Volgers

Over mij

Mijn foto
in maart en april een quiz, in mei interviews, in juni roddels, total make overs in juli, augustus de videoroman, september stellingen, in oktober een kort luisterverhaal, bloopers in november, een december vol problemen, in januari lekker makkelijk, in februari en maart de fauna reportage, in april is minimarktonderzoek onder uitzendbureaus als soapopera verwijderd onder het mom van eigenbelangen gaan voor, toen op stap met mijn oudste zoon, nu mijmeren over een nieuwe website